Havenreglement

Haven- en huishoudelijk reglement

Haven- en huishoudelijk reglement WSV Den Osse

 

Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1.

Binnen WSV Den Osse geldt het credo ‘Vrijheid in gebondenheid, middels door een ieder op te brengen respect voor elkaars goed’. Dit credo geeft aan dat het lidmaatschap het lid rechten en plichten geeft. WSV Den Osse is een vereniging waarin leden elkaar, elkaars eigendommen en de eigendommen van WSV Den Osse met respect behandelen. De ver- eniging streeft een cultuur na waarin gepaste sociale controle een belangrijke plaats heeft. In die cultuur nemen leden onderling, naar passanten en derden op gepaste wijze verant- woordelijkheid voor de gang van zaken op de jachthaven. Lidmaatschap van de vereniging impliceert in principe ook deelname in het bestuur en/of commissies.

Begrippen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. jachthaven: het geheel van water, terrein, gebouwen en installaties in gebruik en onder beheer van de WSV Den Osse;
  2. havenmeester: de door de WSV Den Osse aangestelde havenmeester of zijn assistent(e);
  3. ligplaats: door uitrusting tot afmeren bestemd deel van de accommodatie;
  4. vaste ligplaats: de lidmaatschapsgebonden ligplaats;
  5. thuishaven: woonplaats eigenaar c.q. registratieplaats c.q. haven vaste ligplaats;
  6. winterstalling: het tussen 15 oktober en uiterlijk 1 mei stallen van schepen op vereni- gingsbokken op de parkeerterreinen van de vereniging;
  7. ledenvergadering: de vergadering van leden van de vereniging;
  8. deugdelijk: wettelijk voorgeschreven c.q. genormaliseerd c.q. naar bestendig gebruik volgens goed zeemanschap;
  9. commerciële activiteiten: beroepsmatige bezigheden en/of uitingen mbt handel, dienst- verlening e.d., niet dienende het belang van de WSV Den Osse;
  10. wet: toepasselijke Nederlandse wetgeving;
  11. statuut en reglement: geldende statuten en regelingen der WSV Den

Artikel 2.

Dit reglement is van toepassing op al het tot de jachthaven behorende water, het terrein inclusief erfafscheidingen en de diverse gebouwen en installaties en geldt voor leden, pas- santen en alle bezoekers.

Artikel 3.

Het bepaalde in de artikelen van dit reglement vindt zijn grondslag in de statuten en/of de wet en is toepasbaar met de inachtname van de vereiste redelijkheid en billijkheid in samen- hang met de maatschappelijke betamelijkheid.

Artikel 4.

De havenmeester is belast met regeling en instandhouding van de dagelijkse goede gang van

Havenreglement WSV Den Osse OUD

 Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1.

Vrijheid in gebondenheid, middels door een ieder op te brengen respect voor elkaars goed.

Artikel 2.

  1. Dit reglement is niet van toepassing op:
  2. het niet tot de jachthaven behorende water, toepasselijkheid terrein en installaties;
  3. buiten de jachthaven verkerende zaken.

Begrippen          2. In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. jachthaven: het geheel van water, terrein, gebouwen en installaties in gebruik en onder beheer van de WSV Den Osse;
  2. havenmeester: de door de WSV Den Osse aangestelde havenmeester of zijn assistent(e);
  3. ligplaats: door uitrusting tot afmeren bestemd deel van de accommodatie;
  4. vaste ligplaats: de lidmaatschapsgebonden ligplaats;
  5. thuishaven: woonplaats eigenaar c.q. registratieplaats c.q. haven vaste ligplaats;
  6. deugdelijk: wettelijk voorgeschreven c.q. genormaliseerd c.q. naar bestendig gebruik volgens goed zeemanschap;
  7. verplaatsbare electrische leiding: deugdelijke, buigzame, ononderbroken verbindingska- bel;
  8. stopcontact: (vast) electrisch aansluitpunt;
  9. contactdoos: stroomgevend deel van een stopcontact:
  10. contactstop: stroomontvangend deel (stekker) van een verplaatsbare electrische leiding;
  11. koppelcontact: aansluiting(en) aan/tbv een verplaatsbare electrische leiding;
  12. commerciële activiteiten: beroepsmatige bezigheden en/of uitingen mbt handel, dienst- verlening e.d., niet dienende het belang van de WSV Den Osse;
  13. wet: toepasselijke Nederlandse wetgeving;
  14. statuut en reglement: geldende statuten en regelingen der WSV Den

Artikel 3.

Het bepaalde in de artikelen van dit reglement vindt zijn grondslag in de statuten en/of de wet en is toepasbaar met de inachtname van de vereiste redelijkheid en billijkheid in samen- hang met de maatschappelijke betamelijkheid.

Artikel 4.

De havenmeester is belast met regeling en instandhouding van de dagelijkse goede gang van zaken in de haven. Hiertoe behoort mede, behoudens het in dit reglement gestelde, het in de persoonlijke functieomschrijving daartoe gestelde.

zaken in de haven. Hiertoe behoort mede, behoudens het in dit reglement gestelde, het in de persoonlijke functieomschrijving daartoe gestelde.

Artikel 5.

  1. Indien het eigendomsrecht op een vaartuig wordt uitgeoefend door meer dan één eigenaar wijzen zij gezamenlijk één hunner aan als aansprakelijk vertegenwoordiger jegens WSV Den Osse, onverlet de hoofdelijke aansprakelijkheid van ieder van hen voor alle verplich- tingen die kunnen voortvloeien uit de wet c.q. statuut c.q. reglement. Uitsluitend één der eigenaren kan bij beëindiging van het gedeeld eigendom aanspraak maken op de rechten als lid.
  2. Voor een dergelijk gedeeld eigendom dient voorafgaand aan het toewijzen van een lig- plaats schriftelijk toestemming van het bestuur te zijn verkregen. Wijzigingen ten aanzien van het gedeeld eigendom dienen terstond aan het bestuur te worden gemeld, op basis waarvan het bestuur haar toestemming opnieuw beoordeelt en eventueel
  3. Bij gedeeld eigendom zijn alle eigenaren die niet als aansprakelijke vertegenwoordiger optreden, gehouden begunstiger van WSV Den Osse te zijn. Begunstigers dragen per jaar een bedrag van minimaal €45 bij aan de vereniging
  4. Gedeeld eigendom geldt voor maximaal drie eigenaren per

Geldmiddelen Artikel 6.

  1. Betalingen van contributies, ligplaatsgelden en/of winterstalling dienen te geschieden binnen dertig dagen na ontvangst van de nota. Geschiedt betaling niet binnen dertig dagen, dan geldt een opslag van 5%. Voor een betaling die verricht wordt na 60 dagen na ontvangst van de nota geldt een opslag van 10%. Indien betaling niet na negentig dagen is verricht wordt het lidmaatschap namens de vereniging beëindigd en vervalt het recht op een ligplaats en wordt het vaartuig uit de haven verwijderd, een en ander onverlet de verplichting tot betaling van de betreffende
  2. Het is niet toegestaan betaling van contributies en huur van de ligplaatsen en/of winter- stalling á contant te

Bestuur Artikel 7.

  1. De taakverdeling binnen het bestuur wordt met inachtneming van de bepalingen van de statuten en van dit reglement door het bestuur
  2. Handelingen, welke aan de vereniging geldelijke verplichtingen opleggen en een bedrag van € 10.000 te boven gaan worden door geen van de bestuursleden verricht dan na daar- toe door de overige bestuursleden of bij meerderheid daarvan verleende toestemming.
  3. Artikel 7, lid 2 is niet van toepassing op betaling van belastingen en
  4. Bestuurshandelingen, welke de geaccordeerde begroting van de vereniging te boven gaan, worden verricht na raadpleging van de Raad van
  5. Ten behoeve van het bestuur sluit WSV Den Osse een bestuurdersaansprakelijkheidsver- zekering die de aansprakelijkheid van de bestuursleden adequaat beperkt.

Artikel 5.

Indien het eigendomsrecht op een vaartuig wordt uitgeoefend door meer dan één eigenaar wijzen zij gezamenlijk één hunner aan als aansprakelijk vertegenwoordiger jegens de WSV Den Osse, onverlet de hoofdelijke aansprakelijkheid van ieder van hen voor alle verplichtin- gen die kunnen voortvloeien uit de wet c.q. statuut c.q. reglement.

Hoofdstuk 2

 

Ligplaatsen

Algemeen Artikel 8.

Ligplaatsen en plaatsen op het jollenstrand zijn gekenmerkt; toewijzing van een (lig)plaats gebeurt door de havenmeester onder verantwoordelijkheid van het bestuur en aan de hand van de beschikbare ruimte in samenhang met afmetingen van (lig)plaats en vaartuig en de door het bestuur vastgestelde procedure voor ligplaatstoewijzing.

Leden Artikel 9.

Vaste ligplaatsen en vaste plaatsen op het jollenstrand zijn statutair voorbehouden aan leden der WSV Den Osse. Een vaste ligplaats geeft -in principe- mede recht op een -betaalde- vas- te plaats op het jollenstrand, mits hiervoor ruimte is. Toewijzing geschiedt door de haven- meester.

Artikel 10.

De vergoeding voor een vaste ligplaats (inclusief eenmalig het entreegeld), evenals die voor een vaste ligplaats op het jollenstrand, dient vooruit betaald te worden, waardoor gebruik feitelijke wordt bevestigd c.q. bestendigd. Een en ander conform artikel 6 van dit reglement.

Artikel 11.

Onderverhuur van de (lig)plaats is niet toegestaan.

Artikel 12.

De havenmeester is belast met de uitgifte van ligplaatsen en doet dit aan de hand van de door het bestuur vastgestelde procedure ten aanzien hiervan.

Artikel 13.

(Vaste) ligplaatsen die minimaal 48 uur aaneengesloten niet bezet (zullen) zijn worden als vacant aangemerkt; in dit verband is iedere houder of gebruiker van een (vaste) ligplaats ge- houden datum van vertrek en -indien van toepassing- datum van vermoedelijke terugkomst door te geven aan de havenmeester.

Passanten Artikel 14.

Vacante ligplaatsen kunnen aan passanten -tegen vergoeding van vastgestelde tarieven- ge- durende beperkte tijd ter beschikking worden gesteld, onverlet statutaire en/of reglementaire rechten van de (vaste) ligplaatshouder.

Hoofdstuk II

Ligplaatsen

Algemeen.         Artikel 6.

Ligplaatsen en plaatsen op het jollenstrand zijn gekenmerkt; toewijzing van een (lig)plaats gebeurt aan de hand van de beschikbare ruimte in samenhang met afmetingen van (lig)plaats en vaartuig.

Leden. Artikel 7.

Vaste ligplaatsen en vaste plaatsen op het jollenstrand zijn statutair voorbehouden aan leden der WSV Den Osse. Een vaste ligplaats geeft -in principe- mede recht op een -be- taalde- vaste plaats op het jollenstrand.

Artikel 8.

De vergoeding voor een vaste ligplaats, evenals die voor een vaste ligplaats op het jollen- strand, dient vooruit betaald te worden waardoor gebruik feitelijke wordt bevestigd c.q. bestendigd.

Artikel 9.

Onderverhuur van de (lig)plaats is, behoudens bijzondere gevallen met schriftelijke instem- ming van het bestuur van de WSV Den Osse, niet toegestaan.

Artikel 10.

(Vaste) ligplaatsen die minimaal 48 uur aaneengesloten niet bezet (zullen) zijn worden als vacant aangemerkt; in dit verband is iedere houder of gebruiker van een (vaste) lig- plaats gehouden datum van vertrek en -indien van toepassing- datum van vermoedelijke terugkomst door te geven aan de havenmeester.

Passanten Artikel 11.

Vacante ligplaatsen kunnen aan passanten -tegen vergoeding van vastgestelde tarieven- gedurende beperkte tijd ter beschikking worden gesteld, onverlet statutaire en/of regle- mentaire rechten van de (vaste) ligplaatshouder.

Artikel 12.

Vacante ligplaatsen worden -in principe- voor 24 uur aaneengesloten (of indien toepas- selijk: een veelvoud daarvan) aan passanten ter beschikking gesteld. Ontruiming van een ligplaats door een passant dient te gebeuren voor 12.00 uur des middags.

Artikel 13.

Ligplaatstarieven voor passanten worden, op basis van een vastgestelde prijs per strek- kende meter, over de totale lengte van het vaartuig gerekend. In het ligplaatstarief is wet- telijke toeristenbelasting en omzetbelasting inbegrepen.

Artikel 15.

Vacante ligplaatsen worden -in principe- voor 24 uur aaneengesloten (of indien toepasselijk: een veelvoud daarvan) aan passanten ter beschikking gesteld. Ontruiming van een ligplaats door een passant dient te gebeuren voor 12.00 uur des middags.

Artikel 16.

Ligplaatstarieven voor passanten worden, op basis van een vastgestelde prijs per strekkende meter, over de totale lengte van het vaartuig gerekend. In het ligplaatstarief is wettelijke toeristenbelasting en omzetbelasting inbegrepen.

Artikel 17.

Door ligplaats in te nemen onderwerpt de passant zich aan de toepasselijke regelingen van WSV Den Osse, die -ter kennisname- op minimaal één voor de publiek toegankelijke plaats voorhanden zijn. In ieder geval zal het meldsteiger als één dier plaatsen dienst doen. Het meldsteiger is als zodanig duidelijk herkenbaar.

Winterstalling Artikel 18.

WSV Den Osse biedt in de periode tussen 15 oktober en 1 mei aan leden gelegenheid tot winterstalling op haar terrein en met haar winterstallingsbokken. Ten aanzien van deze win- terstallingsactiviteiten gelden de volgende reglementen:

  1. Winterstalling van schepen is uitsluitend mogelijk voor vaartuigen van leden die een vaste ligplaats hebben in de jachthaven;
  2. De periode van uit het water haven van schepen valt in oktober en november. Het mo- ment van in het water leggen bepaalt het lid in overleg met jachtwerf Van Dijke, met in achtname van het bepaalde in lid 3.
  3. Vaartuigen die na 30 april vanuit de winterstalling nog niet te water zijn gelaten, wor- den op last van de vereniging en voor rekening van het lid verplaatst naar jachtwerf Van
  4. Vaartuigen voor de winterstalling dienen door het lid voor de wal bij jachtwerf Van Dijke te worden
  5. Voor het uitvoeren van schuurwerkzaamheden dient gebruikt gemaakt te worden van schuurmachines met afzuiging. Het gebruik van (haakse) slijptollen is verboden. Onder het vaartuig dient bij schuur- en verfwerkzaamheden een zeil te zijn aangebracht om vervuiling van de parkeerplaats te voorkomen. Eventueel op en naast het zeil terecht gekomen verfschilfers dienen terstond te worden opgeveegd en in de chemicaliëncontai- ner te worden gedeponeerd. Het is verboden om afvalstoffen in het water terecht te laten komen.
  6. De werkzaamheden aan schepen in de winterstalling dient te worden gestaakt indien de wind krachtiger is dan 6 Bft. Werkzaamheden mogen uitsluitend gedurende daglicht uren worden
  7. Afgewerkte oliën, verfbussen, kwasten en dergelijke kunnen in de chemicaliëncontainer

Artikel 14.

Door ligplaats in te nemen onderwerpt de passant zich aan de toepasselijke regelingen van de WSV Den Osse, die -ter kennisname- op minimaal één voor de publiek toeganke- lijke plaats voorhanden zijn. In ieder geval zal het meldsteiger als één dier plaatsen dienst doen. Het meldsteiger is als zodanig duidelijk herkenbaar.

in de desbetreffende afvaldrums worden gedeponeerd.

  1. In principe gaan vaartuigen op de wal met de mast er op. In overleg en tegen extra ver- goeding kan de mast gestreken worden en bij jachtwerf Van Dijke in een mastenstelling worden
  2. Uitsluitend in Nederland toegelaten verfmiddelen, inclusief aangroeiwerende verf, mogen worden
  • Het is verboden om als een vaartuig op een bok staat, de spindels te verdraaien zonder toestemming van de
  • Alle bepalingen uit het haven- en huishoudelijk reglement zijn van toepassing op de
  • De eigenaar blijft te allen tijde verantwoordelijk en aansprakelijk voor zijn schip, ook tijdens het in en uit het water halen, gedurende de verplaatsingen en gedurende de winterstalling. Al deze handelingen geschieden volledig voor risico van de
  1. In gevallen waarin niet is voorzien beslist de

Verenigingsgebouwen Artikel 19.

De verenigingsgebouwen zijn gedurende door het bestuur aan te wijzen uren dagelijks voor de leden toegankelijk. Deze openingstijden publiceert het bestuur jaarlijks in het vereni- gingsblad.

De toiletgebouwen zijn alleen toegankelijk middels een door de havenmeester beschikbaar gestelde sleutel.

De verenigingsgebouwen, de hierin aangebrachte voorzieningen en andere bezittingen van de vereniging worden zorgvuldig en op rechtmatige wijze gebruikt. Het bestuur zal schade ontstaan door onrechtmatig gebruik op de aansprakelijke partij verhalen.

Hoofdstuk III

Veiligheid en orde Artikel 20

Een vaartuig met toebehoren(waaronder mede inbegrepen landvasten en stootwillen) dient immer in goede staat te verkeren.

Artikel 21

Vaartuigen dienen deugdelijk afgemeerd te worden volgens algemeen gebruikelijke regels van goed zeemanschap.

Artikel 22.

Indien het noodzakelijk blijkt in verband met de benodigde doorgang -bij het afmeren van

c.q. het van de ligplaats verlaten- met het vaartuig dat landvasten van het naastliggende vaartuig losgemaakt worden is men gehouden deze landvasten direct na het genoemde afme- ren c.q. het verlaten van de ligplaats weer deugdelijk vast te maken.

Artikel 23.

Onder omstandigheden moet het afmeren langszij gedoogd worden, tenzij naar oordeel van de havenmeester gevaarzetting het gevolg zou zijn.

Artikel 24.

Delen van het afgemeerde vaartuig (rondhout, preekstoel, e.d.) en/of toebehoren (bijboten, e.d.) mogen de lengtemaat van de ligplaats niet overschrijden, tenzij na overleg en met toe- stemming van de havenmeester. Ongeacht de langsmaat van een afgemeerd vaartuig mogen geen van de delen van het vaartuig uitsteken boven de steiger.

Bijboten te water mogen gedurende beperkte tijd, mits de ruimte toereikend is en geen hinder of gevaar te duchten valt, nabij het steigergedeelte van de desbetreffende ligplaats gemeerd worden. Indien het in dit artikel gestelde oneigenlijk toegepast wordt, zal als dan de laatste zin luiden: … gemeerd worden, slechts na overleg met en toestemming van de havenmeester.

Artikel 25.

Het is de houder en/of gebruiker van een ligplaats niet toegestaan constructies of wijzigin- gen van enigerlei aard aan te brengen op/aan steigers en/of installaties c.q. gebouwen, e.d. Van deze bepaling kan de houder en/of gebruiker uitsluitend ontheffing krijgen na overleg met en toestemming plus schriftelijke bevestiging van de havenmeester.

Artikel 26.

Het is de houder en/of gebruiker niet toegestaan in de jachthaven onderhoudswerkzaam- heden en/of reparaties te (doen) verrichten zodanig dat hinder wordt veroorzaakt en/of dat schade wordt toegebracht aan goederen van anderen en/of gevaarzetting van enigerlei aard zou kunnen ontstaan.

Hoofdstuk III Veiligheid en orde Veiligheid.

Artikel 15

Een vaartuig met toebehoren(waaronder mede inbegrepen landvasten en stootwillen) dient immer in goede staat te verkeren.

Algemeen Artikel 16.

Vaartuigen dienen deugdelijk afgemeerd te worden volgens algemeen gebruikelijke regels van goed zeemanschap.

Artikel 17.

Indien het noodzakelijk blijkt in verband met de benodigde doorgang -bij het afmeren van c.q. het van de ligplaats verlaten- met het vaartuig dat landvasten van het naast- liggende vartuig losgemaakt worden is men gehouden deze landvasten direct na het genoemde afmeren c.q. het verlaten van de ligplaats weer deugdelijk vast te maken.

Artikel 18.

Onder omstandigheden moet het afmeren langszij gedoogd worden, tenzij naar oordeel van de havenmeester gevaarzetting het gevolg zou zijn.

Artikel 19.

Delen van het afgemeerde vaartuig (rondhout, preekstoel, e.d.) en/of toebehoren (bij- boten, e.d.) mogen de langsmaat van de ligplaats niet overschrijden. Bijboten te water mogen gedurende beperkte tijd, mits de ruimte toereikend is en geen hinder of gevaar te duchten valt, nabij het steigergedeelte van de desbetreffende ligplaats gemeerd worden. Indien het in dit artikel gestelde oneigenlijk toegepast wordt, zal als dan de laatste zin luiden: … gemeerd worden, slechts na overleg met en toestemming van de havenmeester.

Artikel 20.

Het is de houder en/of gebruiker van een ligplaats niet toegestaan constructies of wijzi- gingen van enigerlei aard aan te brengen op/aan steigers en/of installaties c.q. gebouwen, e.d.

Artikel 21.

Het is de houder en/of gebruiker niet toegestaan in de jachthaven onderhoudswerkzaam- heden en/of reparaties te (doen) verrichten zodanig dat hinder wordt veroorzaakt en/of dat schade wordt toegebracht aan goederen van anderen en/of gevaarzetting van enigerlei aard zou kunnen ontstaan.

Artikel 22.

Zeilvaartuigen voorzien van mechanische voortstuwing dienen deze te gebruiken bij het in- en uitvaren van de jachthaven.

Artikel 27.

Zeilvaartuigen voorzien van mechanische voortstuwing dienen deze te gebruiken bij het

in- en uitvaren van de jachthaven. Gebruik van de motor anders dan voor het in- en uitvaren van de jachthaven, is verboden

Artikel 28.

Vaartuigen voorzien van mechanische voortstuwing door middel van brandbare stoffen alsmede vaartuigen waar brandbare stoffen voor andere doelen aanwezig zijn moeten in voldoende mate voorzien zijn van deugdelijke blusmiddelen.

Artikel 29.

Voor het gebruik van elektriciteit zijn aansluitingen (zgn. CEEform stopcontacten) op de steigers aanwezig. Per ligplaats is het benutten van slechts één aansluiting toegestaan.

Gebruik van een dergelijke aansluiting is slechts toegestaan mits de volledige voorziening daartoe voldoet aan de wettelijke eisen ten aanzien van veiligheid.

Artikel 30.

Het is niet toegestaan de elektrische aansluitingen op t haventerrein en de steigers:

  1. te gebruiken bij een langere afwezigheid dan 24 uur en/of
  2. te belasten met een elektrisch vermogen groter dan 800

De havenmeester heeft de opdracht van het bestuur om bij constatering van overtreding van een deze regels de elektrische aansluiting van de betreffende ligplaats per direct volledig af te sluiten.

Artikel 31.

De aan boord gebruikte gasflessen moeten door de Dienst voor het Stoomwezen zijn goed- gekeurd en dienen voorzien te zien van de desbetreffende kenmerken. Verder gelden de volgende bepalingen:

  1. Flessen zonder de hiervoor genoemde goedkeuring of flessen waarvan keuring blijkens de ingeponste datum meer dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden, mogen niet in het vaartuig aanwezig zijn;
  2. De toegepaste appendages, waaronder gerekend moet worden: afsluiters, drukregelaars etc, moeten van een door de Dienst voor het Stoomwezen goedgekeurd type zijn;
  3. De toevoerleiding van de gasfles naar het verbruikstoestel moet voorzover deze uit de slang bestaat het Giveg-merk dragen en regelmatig worden vernieuwd;
  4. Het zelf vullen van gasflessen in de jachthaven is verboden;
  5. In vaartuigen aanwezige flessen dienen in een op de buitenlucht geventileerde bergplaats te worden bewaard; de ventilatieopeningen dienen zodanig gesitueerd te zijn dat vrijko- mend gas zich niet in de bergplaats kan ophopen of met open vuur of vonken in contact kan komen;
  6. De aanwezigheid van LPG is niet toegestaan, tenzij een keuringscertificaat van de Dienst voor het Stoomwezen of een gelijkwaardige instantie kan worden getoond, waaruit blijkt dat de installatie geschikt is voor het gebruik van LPG; genoemd keuringscertificaat mag niet ouder zijn dan tien

Brandbare stoffen. Artikel 23.

Vaartuigen voorzien van mechanische voortstuwing door middel van brandbare stoffen alsmede vaartuigen waar brandbare stoffen voor andere doelen aanwezig zijn moeten in voldoende mate voorzien zijn van deugdelijke blusmiddelen.

Elektriciteit. Artikel 24.

Voor het gebruik van elektriciteit zijn aansluitingen (zgn. CEEform stopcontacten) op de steigers aanwezig. Per ligplaats is het benutten van slechts één aansluiting toegestaan.

NEN 1010.

Aansluiting op deze stopcontacten is uitsluitend toegestaan door middel van een deug- delijke drieaderige verplaatsbare elektrische leiding voorzien van een contactstop (zgn. blauwe CEEform stekker) direct passend op de aansluiting aan/in het vaartuig. Toege- staan is een zware mantelkabel met een ononderbroken lengte van maximaal twintig meter met een nominale aderdoorsnede van (3x) 1,5 mm2.

Bij een ononderbroken lengte van maximaal dertig meter is een nominale aderdoorsnede van (3x) 2,5 mm2 vereist.

Het koppelcontact aan/in het vaartuig moet minimaal zijn uitgevoerd in de vorm van een gangbare geaarde -bij voorkeur vaste- aansluiting.

Het verdient aanbeveling de electrische installatie van het vaartuig uit te rusten met CEEform aansluitingen en aardlekschakelaars.

Artikel 25.

Het is niet toegestaan de electrische aansluitingen op de steigers:

  1. te gebruiken bij een langere afwezigheid dan 24 uur en/of
  2. te gebruiken voor electrische verwarmingstoestellen en/of
  3. te belasten met een electrisch vermogen groter dan 800

Gas. Artikel 26.

  1. De aan boord gebruikte gasflessen moeten door de Dienst voor het Stoomwezen zijn goedgekeurd en dienen daarvoor van de volgende kenmerken te zijn voorzien:
  • De volledig voorgeschreven naam van het gas;
  • Tarra: het gewicht van de fles in kilogrammen tot één decimaal nauwkeurig met inbegrip van het toebehoren, zoals de afsluiter enz, doch zonder de onderdelen, die bij vulling worden verwijderd, beschermkop en –dop, aangeduid door het symbool “+T” achter het symbool van de gewichtsklasse;
  • Het vulgewicht: het gewicht van het gas in kilogrammen dat de fles ten hoogste mag bevatten;
  • De waterinhoud van de fles in liters;
  • De persdruk in bar, kgf/cm2 of Pascal, dit is voor propaan 30 kgf/cm2 en voor butaan 10 kgf/cm2 ;
  • Gasflessen afkomstig uit het buitenland en in het bezit en/of gebruik bij buitenlanders moeten zijn voorzien van de goedkeuring verricht door de in het land van herkomst

Artikel 32.

Vaartuigen met een vaste ligplaats in jachthaven dienen op goed zichtbare en duidelijke wijze scheepsnaam en thuishaven te voeren. De verenigingsvlag wordt hetzij in top van de (grote) mast, hetzij onder de bakboordzaling c.q. in het bakboordwant gevoerd.

Artikel 33.

Het door de ligplaatshouders en/of gebruikers uitoefenen van commerciële activiteiten in de jachthaven is uitdrukkelijk niet toegestaan.

Artikel 34.

Het is in de jachthaven niet toegestaan:

  1. enigerlei vorm van windsurfing en/of jetskiïng te beoefenen;
  2. het talud als trailerhelling te gebruiken;
  1. zich te ontdoen van olie, vuilnis, afval, bilgewater, inhoud van chemische toiletten, etenswaren, gebruikte verpakkingen en verder alles wat het milieu kan verontreinigen, behoudens op/in de daartoe uitdrukkelijk bestemde plaatsen (containers, e.d.);
  1. boordtoiletten te gebruiken;
  1. huisdieren los te laten;
  1. drinkwater te verspillen;
  1. hinderlijk lawaai te veroorzaken o.a. door v. klapperende vallen of rolrevers of anders- zins;
  1. op de steigers te fietsen, met uitsluiting –indien noodzakelijk- van de havenmeester gedu- rende het uitoefenen van zijn/haar functie;
  1. de steigers geheel of gedeeltelijk te blokkeren;
  1. goederen onbeheerd te laten liggen behoudens op de daartoe bestemde plaatsen;
  1. sneller dan 5 kilometer per uur te varen;
  1. hinderlijk rond te varen met bij-/volgboten voorzien van één of meer buitenboordmoto- ren;
  1. autobanden aan de steigers te bevestigen of deze anderszins als ‘stootwil’ te gebruiken.
  1. generatoren voor de opwekking van electiciteit te gebruiken

erkende keuringsinstantie;

  1. Flessen, welke in vorm sterk gelijken op blustoestellen, mogen in geen geval rood zijn geschilderd;
  2. Flessen waarin de in punt a. genoemde goedkeuring niet of blijkens de ingeponste datum meer dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden, mogen niet in het vaartuig aanwezig zijn;
  3. De toegepaste appendages, waaronder gerekend moet worden: afsluiters, drukregelaars etc, moeten van een door de Dienst voor het Stoomwezen goedgekeurd type zijn;
  4. De toevoerleiding van de gasfles naar het verbruikstoestel moet voorzover deze uit de slang bestaat het Giveg-merk dragen en regelmatig worden vernieuwd;
  5. Het zelf vullen van gasflessen is verboden;
  6. In vaartuigen aanwezige flessen dienen in een op de buitenlucht geventileerde bergplaats te worden bewaard; de ventilatieopeningen dienen zodanig gesitueerd te zijn dat vrijko- mend gas zich niet in de bergplaats kan ophopen of met open vuur of vonken in contact kan komen;
  7. De aanwezigheid van LPG is niet toegestaan, tenzij een keuringscertificaat van de Dienst voor het Stoomwezen of een gelijkwaardige instantie kan worden getoond, waaruit blijkt dat de installatie geschikt is voor het gebruik van LPG; genoemd keuringscertificaat mag niet ouder zijn dan tien

Artikel 27.

Vaartuigen met een vaste ligplaats in de orde Algemeen Jachthaven dienen op goed zichtbare en duidelijke wijze scheepsnaam en thuishaven te voeren. De verenigingsstan- daard wordt hetzij in top van de (grote) mast, hetzij onder de bakboordzaling c.q. in het bakboordwant gevoerd.

Artikel 28.

Het door de ligplaatshouders en/of gebruikers uitoefenen van commerciële activiteiten in de jachthaven is uitdrukkelijk niet toegestaan.

Artikel 29.

Het is in de jachthaven niet toegestaan:

  1. enigerlei vorm van windsurfing en/of jetskiïng te beoefenen;
  2. op de taluds te lopen;
  3. het talud als trailerhelling te gebruiken;
  4. zich te ontdoen van olie, vuilnis, afval, bilgewater, inhoud van chemische toiletten, etenswaren, gebruikte verpakkingen en verder alles wat het milieu kan verontreinigen, behoudens op/in de daartoe uitdrukkelijk bestemde plaatsen (containers, e.d.);
  5. boordtoiletten te gebruiken;
  6. huisdieren los te laten;
  7. drinkwater te verspillen;
  8. hinderlijk lawaai te veroorzaken o.a. door v. klapperende vallen of rolrevers of anders- zins;
  9. op de steigers te fietsen, met uitsluiting –indien noodzakelijk- van de havenmeester gedu-

Artikel 35.

In de jachthaven gelden stilte-uren van 22.00 uur tot 08.00 uur. Gedurende deze periode is het eenieder verboden lawaai dan wel andere vormen van geluidshinder te veroorzaken.

Artikel 36.

Trailers mogen uitsluitend op het haventerrein aanwezig zijn voor de directe aan- of afvoer van vaartuigen. Parkeren van trailers op het haventerrein is niet toegestaan. Surfplanken, kano’s, e.d. dienen op de daartoe bestemde plaatsen opgeslagen te worden. Het parkeerter- rein is uitsluitend bestemd voor het parkeren van voertuigen en niet voor overnachtingen beschikbaar.

Artikel 37.

Auto’s dienen te worden geparkeerd in de daarvoor aangegeven vakken. Bij parkeren ge- durende afwezigheid van het vaartuig van een lid gedurende een week of meer dient dit te gebeuren op de grote parkeerplaats.

Artikel 38.

De havenmeester is gerechtigd alle goederen die zich ten onrechte in de jachthaven bevin- den te (doen) verwijderen waarbij de kosten op de eigenaar of anderszins rechthebbende verhaald zullen worden, eventueel vermeerderd met gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten alsmede wettelijke rente ten gevolge van het niet of niet tijdig voldoen van de ont- stane vordering.

Artikel 39.

In omstandigheden waarbij schade aan steigers, vaartuigen, installaties, e.d. dreigt te worden veroorzaakt door de toestand of hoedanigheid van een in de jachthaven aanwezig vaartuig en/of toebehoren en de eigenaar of anderszins rechthebbende niet aanwezig is c.q. kan zijn teneinde schade aan de eerdergenoemde zaken te kunnen voorkomen, zal de havenmeester conform het bepaalde in boek 6, titel 4, afdeling 1, artikel 198. van het NBW voldoende maatregelen nemen om genoemde dreigende schade te voorkomen.

Eventuele gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten alsmede wettelijke rente in verband met het niet of niet tijdig voldoen van de vordering t.g.v. de aldus uit de wet ontstane ver- bintenis zullen ten laste van de eigenaar of anderszins rechthebbende van het betreffende vaartuig komen.

rende het uitoefenen van zijn/haar functie;

  1. de steigers geheel of gedeeltelijk te blokkeren;
  2. goederen onbeheerd te laten liggen behoudens op de daartoe bestemde plaatsen;
  3. sneller dan 5 kilometer per uur te varen;
  4. hinderlijk rond te varen met bij-/volgboten voorzien van één of meer buitenboordmoto- ren;
  5. autobanden aan de steigers te bevestigen of deze anderszins als ‘stootwil’ te gebruiken.

Artikel 30.

Trailers dienen op de daartoe bestemde plaatsen gestald te worden. Surfplanken, kano’s,

e.d. dienen op de daartoe bestemde plaatsen opgeslagen te worden. Het parkeerterrein is uitsluitend bestemd voor het parkeren van voertuigen en niet voor overnachtingen beschikbaar.

Artikel 31.

De havenmeester is gerechtigd alle goederen die zich ten onrechte in de jachthaven bevinden te (doen) verwijderen waarbij de kosten op de eigenaar of anderszins rechtheb- bende verhaald zullen worden, eventueel vermeerderd met gerechtelijke en buitengerech- telijke kosten alsmede wettelijke rente ten gevolge van het niet of niet tijdig voldoen van de ontstane vordering.

Artikel 32.

In omstandigheden waarbij schade aan steigers, vaartuigen, installaties, e.d. dreigt te worden veroorzaakt door de toestand of hoedanigheid van een in de jachthaven aanwezig vaartuig en/of toebehoren en de eigenaar of anderszins rechthebbende niet aanwezig is

c.q. kan zijn teneinde schade aan de eerdergenoemde zaken te kunnen voorkomen, zal de havenmeester conform het bepaalde in boek 6, titel 4, afdeling 1, artikel 198. van het NBW voldoende maatregelen nemen om genoemde dreigende schade te voorkomen.

Eventuele gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten alsmede wettelijke rente in verband met het niet of niet tijdig voldoen van de vordering t.g.v. de aldus uit de wet ontstane verbintenis zullen ten laste van de eigenaar of anderszins rechthebbende van het betref- fende vaartuig komen.

Hoofdstuk IV

Slot- en overgangsbepalingen. Artikel 40.

Op voor het publiek toegankelijke plaatsen zijn overzichten voorhanden waaruit hoedanig- heid en begrenzing van de jachthaven blijkt.

Artikel 41.

De havenmeester is de eerstverantwoordelijke voor de dagelijkse gang van zaken in de jachthaven; het bestuur is de eindverantwoordelijke.

Artikel 42

Ligplaatshouders en/of gebruikers zijn gehouden aanwijzingen van de havenmeester op te volgen.

Artikel 43.

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bestuur, waarna -zonodig- het ont- brekende ten spoedigste in dit reglement opgenomen zal worden.

Artikel 44.

De WSV Den Osse sluit elke aansprakelijkheid terzake van schade aan en/of door teniet- gaan van eigendommen -door onverschillig welke oorzaak- en die zich op het tijdstip van het schadetoebrengende feit in de jachthaven mochten bevinden uitdrukkelijk uit behoudens het daartoe bepaalde in boek 6, titel 3, NBW, met betrekking tot personen welke voor of namende de WSV Den Osse handelen.

Artikel 45.

  1. Iedere eigenaar of rechthebbende van een vaartuig dat zich in de jachthaven bevindt is gehouden tenminste voor wettelijke aansprakelijkheid terzake van schade door hem/haar en/of het vaartuig i.c. toegebracht verzekerd te zijn.
  2. Iedere eigenaar of rechthebbende verblijft met zijn vaartuig volledig voor eigen rekening en risico in de jachthaven. WSV Den Osse is niet aansprakelijk voor schade aan eigendom- men en bezittingen van leden, bezoekers en passanten.

Artikel 46.

Bij niet-naleving van bepalingen van vigerende wet, statuut of reglement kan het gestelde in de statuten betreffende schorsing van en ontzetting uit het lidmaatschap toegepast worden.

Aan alle leden wordt bij aanvang van hun lidmaatschap een exemplaar van de statuten en de reglementen ter hand gesteld, gelijk mede van daarin later aangebrachte wijzigingen. Leden worden geacht de inhoud van de statuten en de reglementen te kennen.

Hoofdstuk IV

 

Slot- en overgangsbepalingen. Artikel 33.

Op voor het publiek toegankelijke plaatsen zijn overzichten voorhanden waaruit hoeda- nigheid en begrenzing van de jachthaven blijkt.

Artikel 34.

De havenmeester is de eerstverantwoordelijke voor de dagelijkse gang van zaken in de jachthaven; het bestuur is de eindverantwoordelijke.

Artikel 35.

Ligplaatshouders en/of gebruikers zijn gehouden aanwijzingen van de havenmeester op te volgen.

Artikel 36.

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bestuur waarna zonodig- het ontbrekende ten spoedigste in dit reglement opgenomen zal worden.

Artikel 37.

De WSV Den Osse sluit elke aansprakelijkheid terzake van schade aan en/of door teniet- gaan van eigendommen -door onverschillig welke oorzaak- en die zich op het tijdstip van het schadetoebrengende feit in de jachthaven mochten bevinden uitdrukkelijk uit behou- dens het daartoe bepaalde in boek 6, titel 3, NBW, met betrekking tot personen welke voor of namende de WSV Den Osse handelen.

Artikel 38.

Iedere eigenaar of rechthebbende van een vaartuig dat zich in de jachthaven bevindt is gehouden tenminste voor wettelijke aansprakelijkheid terzake van schade door hem/haar en/of het vaartuig i.c. toegebracht verzekerd te zijn.

Artikel 39.

Bij niet-naleving van bepalingen van vigerende wet, statuut of reglement kan het gestelde in de statuten betreffende schorsing van en ontzetting uit het lidmaatschap toegepast worden.

Artikel 40.

Tegen een gedraging en/of beslissing door toedoen van de WSV Den Osse en ten nadele van de legitieme rechten verbonden aan het lidmaatschap staat beroep open bij een Commissie van Beroep, echter dan nadat bezwaar aangetekend is bij het bestuur en daarop is beslist.

De benadeelde kan zich laten bijstaan door een raadsman naar eigen keuze. Het indienden van zowel het bezwaar als het beroep dient schriftelijke en gemotiveerd te gebeuren.

Behandeling van het bezwaarschrift geschiedt schriftelijk.

Behandeling van het beroep geschiedt mondeling, de beslissing wordt tevens schriftelijk gegeven.

Aldus vastgesteld op de ledenvergadering van ……………………………

Het bestuur WSV Den Osse

.

Haven- en huishuidelijk reglement

Nieuwe haven- en huishoudelijk reglement, nog niet in werking getreden

H A V E N-  E N  H U I S H O U D E L I J K  R E G L E M E N T v1.0 d.d. 7 september 2020

 

HOOFDSTUK I – ALGEMEEN

Artikel 1 – Grondslag

Dit reglement is een nadere uitwerking van de statuten van WSV Den Osse en vindt zijn grondslag in artikel 28 van die statuten.

Artikel 2 – Begrippen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. jachthaven: het geheel van water, terrein, gebouwen en installaties in gebruik en onder beheer van WSV Den Osse;
  2. havenmeester: de door WSV Den Osse aangestelde havenmeester of zijn assistent(e);
  3. ligplaats: door uitrusting tot afmeren bestemd deel van de accommodatie;
  4. vaste ligplaats: de lidmaatschapsgebonden ligplaats;
  5. winterstalling: het tussen 1 oktober en uiterlijk 1 mei stallen van schepen op verenigingsbokken op de parkeerterreinen van de vereniging;
  6. algemene vergadering: de algemene vergadering van leden van WSV Den Osse;
  7. deugdelijk: wettelijk voorgeschreven c.q. genormaliseerd c.q. naar bestendig gebruik volgens goed zeemanschap;
  8. commerciële activiteiten: beroepsmatige bezigheden en/of uitingen m.b.t. handel, dienstverlening e.d., niet dienende het belang van de WSV Den Osse; i. wet: toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving;
  9. statuut en reglement: geldende statuten en regelingen van de WSV Den Osse.

Artikel 3 – Toepassingsbereik

Dit reglement is van toepassing op al het tot de jachthaven behorende water, het terrein inclusief erfafscheidingen en de diverse gebouwen en installaties en geldt voor leden en andere personen als genoemd in artikel 5 en 6 van de statuten, passanten en alle bezoekers.

Artikel 4 – Havenmeester

De havenmeester is belast met de dagelijkse goede gang van zaken in de jachthaven van WSV Den Osse en de vereniging.

Artikel 5 – Gedeeld eigendom

  1. Elk lid heeft ten minste één vaste ligplaats toegewezen gekregen in de jachthaven van WSV Den Osse (artikel 7 statuten). Omgekeerd kan per vaste ligplaats slechts één persoon als lid worden geregistreerd.

Indien het eigendomsrecht op een vaartuig wordt uitgeoefend door meer dan één eigenaar, wijzen zij gezamenlijk één hunner aan als aansprakelijk vertegenwoordiger jegens WSV Den Osse, onverlet de hoofdelijke aansprakelijkheid van ieder van hen voor alle verplichtingen die kunnen voortvloeien uit de wet, statuten en/of dit reglement. De aldus aangewezen persoon is het lid als bedoeld in artikel 5 statuten; de overige eigenaren worden voor wat betreft hun rechten en verplichtingen gelijkgesteld aan gezinsleden (artikel 6 lid 3 en 4 statuten).

  1. Gedeeld eigendom dient gemeld te worden aan de secretaris of de havenmeester, onder opgave van de namen en contactgegevens van alle mede-eigenaren en wie als aansprakelijk vertegenwoordiger is aangewezen. Wijzigingen ten aanzien van het gedeeld eigendom dienen terstond aan de secretaris of de havenmeester te worden doorgegeven.
  2. Indien het lidmaatschap van de aansprakelijke vertegenwoordiger eindigt door overlijden, heeft één van de overblijvende eigenaren het recht als lid tot de vereniging toe te treden door aanmelding bij de secretaris of de havenmeester, mits de aanmelding gebeurt binnen zes maanden na het overlijden van de aansprakelijke vertegenwoordiger. Een zodanige aanmelding valt niet onder een eventuele ledenstop. Evenmin is het bestaan van een wachtlijst hierop van toepassing.
  3. Indien het lidmaatschap van de aansprakelijke vertegenwoordiger eindigt door opzegging, heeft één van de overblijvende eigenaren het recht als lid tot de vereniging toe te treden door aanmelding bij de secretaris of de havenmeester, mits (i) ten minste drie kalenderjaren zijn verstreken sinds de schriftelijke melding van het gedeelde eigendom aan de secretaris of de havenmeester en (ii) de aanmelding gebeurt vóórdat het lidmaatschap van de aansprakelijke vertegenwoordiger is geëindigd. Een zodanige aanmelding valt niet onder een eventuele ledenstop. Evenmin is het bestaan van een wachtlijst hierop van toepassing.

 

Artikel 6 – Betalingen

  1. Betalingen van contributies, ligplaatsgelden (inclusief éénmalig het entreegeld) en/of winterstalling dienen te geschieden binnen dertig dagen na ontvangst van de nota. Geschiedt betaling niet binnen dertig dagen, dan geldt een opslag van 5%. Voor een betaling die verricht wordt na 60 dagen na ontvangst van de nota geldt een opslag van 10%. Indien betaling niet na 90 dagen is verricht wordt het lidmaatschap namens de vereniging beëindigd en vervalt het recht op een ligplaats en wordt het vaartuig op kosten van het (voormalige) lid uit de haven verwijderd, een en ander onverlet de verplichting tot betaling van de betreffende nota.
  2. Het is niet toegestaan betaling van contributies en huur van de vaste ligplaatsen en/of winterstalling á contant te verrichten.

Artikel 7 – Bestuur

  1. De taakverdeling binnen het bestuur wordt met inachtneming van de bepalingen van de statuten en van dit reglement door het bestuur vastgesteld.
  2. Elk lid van het bestuur dient binnen een maand na zijn benoeming een Verklaring Omtrent Gedrag te overleggen die is toegespitst op de functie die hij binnen de vereniging gaat vervullen. Het bestuur stelt ten minste vijfjaarlijks een bestuurlijke leidraad op als bedoeld in artikel 29 statuten. Bij de uitvoering van de taken door het bestuur hanteert het bestuur de bestuurlijke leidraad als leidraad. Het bestuur beoordeelt jaarlijks of de bestuurlijke leidraad moet worden geactualiseerd.
  3. Handelingen, welke aan de vereniging geldelijke verplichtingen opleggen en een bedrag van € 5.000 te boven gaan worden door geen van de bestuursleden verricht dan na daartoe door de overige bestuursleden of bij meerderheid daarvan verleende toestemming.
  4. Voor het doen van betalingen tot € 5.000 per gebeurtenis is de handtekening van de penningmeester voldoende. Voor het doen van betalingen tussen € 5.000 en € 50.000 is naast de handtekening van de penningmeester de handtekening van nog een ander bestuurslid vereist. Voor

het doen van betalingen van € 50.000 en meer is naast de handtekening van de penningmeester de handtekening van nog twee andere bestuursleden vereist.

  1. Ten behoeve van het bestuur sluit WSV Den Osse een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering die de aansprakelijkheid van de bestuursleden adequaat beperkt.

HOOFDSTUK II – LIGPLAATSEN

Leden

Artikel 8 – Vaste ligplaatsen

Vaste ligplaatsen (te weten: een box of een plaats op het jollenveld of de dinghy-steiger) zijn statutair voorbehouden aan [1] (jeugd)leden van WSV Den Osse.

 

Artikel 9 – Toewijzing

Ligplaatsen en plaatsen op het jollenveld en de dinghy-steiger zijn gekenmerkt; toewijzing van een vaste (lig)plaats gebeurt door de havenmeester onder verantwoordelijkheid van het bestuur en aan de hand van de beschikbare ruimte in samenhang met afmetingen van (lig)plaats en vaartuig en de door het bestuur vastgestelde procedure voor ligplaatstoewijzing. Houders van een box in de jachthaven van WSV Den Osse hebben voorrang bij de toewijzing van een plaats op het jollenveld en de dinghy-steiger. De algemene vergadering kan besluiten om voor houders van een box in de jachthaven van WSV Den Osse een gereduceerd tarief te hanteren voor een plaats op het jollenveld of de dinghy-steiger. De korting blijkt uit de tarievenlijst.

[2] Aan houders van een plaats op het jollenveld of de dinghy-steiger die voor het eerst een box in de jachthaven van WSV Den Osse toegewezen krijgen, wordt 75 procent van het entreegeld (voor die box) in rekening gebracht.

Artikel 10 – Onderverhuur

Onderverhuur van de (lig)plaats is niet toegestaan.

Artikel 11 – Periode van afwezigheid

(Vaste) ligplaatsen die minimaal 48 uur aaneengesloten niet bezet (zullen) zijn worden als vacant aangemerkt; met het oog daarop is iedere houder of gebruiker van een (vaste) ligplaats gehouden datum van vertrek en – indien van toepassing – datum van vermoedelijke terugkomst door te geven aan de havenmeester.

 

Passanten

Artikel 12

Vacante ligplaatsen kunnen aan passanten – tegen vergoeding van vastgestelde tarieven – gedurende beperkte tijd ter beschikking worden gesteld, onverlet statutaire en/of reglementaire rechten van de (vaste) ligplaatshouder. Passantenopbrengsten uit vacante ligplaatsen komen ten goede aan de vereniging.

Artikel 13

Vacante ligplaatsen worden – in principe – voor 24 uur aaneengesloten (of indien toepasselijk: een veelvoud daarvan) aan passanten ter beschikking gesteld. Ontruiming van een ligplaats door een passant dient te gebeuren voor 12.00 uur ‘s middags.

Artikel 14

Ligplaatstarieven voor passanten worden, op basis van een vastgestelde prijs per strekkende meter, over de totale lengte van het vaartuig gerekend. In het ligplaatstarief is wettelijke toeristenbelasting en omzetbelasting inbegrepen.

Artikel 15

Door ligplaats in te nemen onderwerpt de passant zich aan de toepasselijke regelingen van WSV Den Osse. Die liggen ter inzage op het havenkantoor en staan op de website.

Winterstalling

Artikel 16

WSV Den Osse biedt in de periode tussen 1 oktober en 1 mei aan leden gelegenheid tot winterstalling op haar terrein en met haar winterstallingsbokken. Ten aanzien van deze winterstallingsactiviteiten gelden de volgende regels:

  1. Winterstalling van schepen is uitsluitend mogelijk voor vaartuigen van leden die een vaste ligplaats hebben in de jachthaven. Bij voldoende beschikbare plekken is winterstalling van schepen ook mogelijk voor vaartuigen van aspirant-leden.
  2. De periode van uit het water halen van schepen valt in oktober en november. Het moment van in het water leggen bepaalt het lid in overleg met het door WSV Den Osse geselecteerde kraanbedrijf, met in acht name van het bepaalde regel 3.
  3. Vaartuigen die na 30 april vanuit de winterstalling nog niet te water zijn gelaten, worden op last van de vereniging en voor rekening van het lid verplaatst naar een locatie buiten het terrein van WSV Den Osse.
  4. Vaartuigen voor de winterstalling dienen door het lid voor de wal bij het kraanbedrijf te worden afgemeerd.
  5. Voor het uitvoeren van schuurwerkzaamheden dient gebruik gemaakt te worden van schuurmachines met afzuiging. Het gebruik van (haakse) slijptollen is verboden. Onder het vaartuig dient bij schuur- en verfwerkzaamheden een zeil te zijn aangebracht om vervuiling van de parkeerplaats te voorkomen. Eventueel op en naast het zeil terecht gekomen verfschilfers dienen terstond te worden opgeveegd en in de chemicaliëncontainer te worden gedeponeerd. Het is verboden om afvalstoffen op het haventerrein of in het water terecht te laten komen.
  6. De werkzaamheden aan schepen in de winterstalling dient te worden gestaakt indien de wind krachtiger is dan 6 Beaufort. Werkzaamheden mogen uitsluitend gedurende daglicht uren worden uitgevoerd.
  7. Afgewerkte oliën, verfbussen, kwasten, accu’s en dergelijke kunnen in de chemicaliëncontainer in de desbetreffende afvaldrums worden gedeponeerd.
  8. In principe gaan vaartuigen op de wal met de mast er op. In overleg en tegen extra vergoeding kan de mast gestreken worden en in een mastenstelling worden opgeslagen.
  9. Uitsluitend in Nederland toegelaten verfmiddelen, inclusief aangroeiwerende verf, mogen worden toegepast.
  10. Het is verboden om als een vaartuig op een bok staat, de spindels te verdraaien zonder toestemming van de havenmeester.
  11. Alle bepalingen uit het haven- en huishoudelijk reglement zijn van toepassing op de winterstalling.
  12. De eigenaar blijft te allen tijde verantwoordelijk en aansprakelijk voor zijn schip, ook gedurende de winterstalling. WSV Den Osse is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan tijdens het in en uit het water halen en de verplaatsingen van het schip gedurende de winterstalling.
  13. In gevallen waarin niet is voorzien beslist de havenmeester.

Verenigingsgebouwen

Artikel 17

De verenigingsgebouwen zijn gedurende door het bestuur aan te wijzen uren voor de leden toegankelijk.

De toiletgebouwen zijn alleen toegankelijk middels een door de havenmeester beschikbaar gestelde (elektronische) sleutel.

De verenigingsgebouwen, de hierin aangebrachte voorzieningen en andere bezittingen van de vereniging dienen zorgvuldig en op rechtmatige wijze te worden gebruikt. Het bestuur zal schade ontstaan door onrechtmatig gebruik op de aansprakelijke partij verhalen.

HOOFDSTUK III – VEILIGHEID EN ORDE

Artikel 18

Een vaartuig met toebehoren (waaronder mede inbegrepen landvasten en stootwillen) dient altijd in goede staat te verkeren.

Artikel 19

Vaartuigen dienen deugdelijk afgemeerd te worden volgens algemeen gebruikelijke regels van goed zeemanschap.

Artikel 20

Indien het noodzakelijk blijkt in verband met de benodigde doorgang – bij het afmeren van c.q. het van de ligplaats verlaten – met het vaartuig dat landvasten van het naastliggende vaartuig losgemaakt worden is men gehouden deze landvasten direct na het genoemde afmeren c.q. het verlaten van de ligplaats weer deugdelijk vast te maken.

Artikel 21

Onder omstandigheden moet het afmeren langszij gedoogd worden, tenzij naar oordeel van de havenmeester gevaarzetting het gevolg zou zijn.

Artikel 22

Delen van het afgemeerde vaartuig (rondhout, preekstoel, e.d.) en/of toebehoren (bijboten, e.d.) mogen de lengtemaat van de ligplaats niet overschrijden, tenzij na overleg en met toestemming van de havenmeester. Ongeacht de lengtemaat van een afgemeerd vaartuig mogen geen van de delen van het vaartuig uitsteken boven de steiger.

Bijboten te water mogen gedurende beperkte tijd, mits de ruimte toereikend is en geen hinder of gevaar te duchten valt, nabij het steigergedeelte van de desbetreffende ligplaats gemeerd worden. Indien het in dit artikel gestelde oneigenlijk toegepast wordt, zal alsdan de laatste zin luiden: … gemeerd worden, slechts na overleg met en toestemming van de havenmeester.

Artikel 23

Het is de houder en/of gebruiker van een ligplaats niet toegestaan zelf constructies, zaken (waaronder steigerfenders) of wijzigingen van enigerlei aard aan te brengen op/aan steigers en/of installaties c.q. gebouwen, e.d. Van deze bepaling kan de houder en/of gebruiker uitsluitend ontheffing krijgen na overleg met en schriftelijke toestemming van de havenmeester.

Verder gelden de volgende bepalingen:

  1. Modificaties aan steigers en steigerpalen van welke aard dan ook, zijn niet toegestaan.
  2. Onder het steigerdek ligt een stalen frame. Om roesten tegen te gaan is het stalen frame voorzien van een zinklaag. Deze zinklaag mag niet beschadigd raken, het is daarom uitdrukkelijk niet toegestaan om in de steiger te boren of te schroeven.
  3. Extra kikkers mogen alleen door het havenpersoneel geplaatst worden.
  4. Ophanghaken voor lijnen mogen niet aan de steigerpalen bevestigd worden.
  5. Opstapjes mogen alleen aan de boot, en dus niet aan de steiger bevestigd worden.
  6. Schotelantennes mogen alleen aan de boot, en dus niet aan meerpalen en steigers aangebracht worden.
  7. Stootwillen dienen uitsluitend aan de boot en niet aan de steiger te worden vastgeknoopt.
  8. Ligplaatsen kunnen desgewenst worden voorzien van steiger fenders en/of een ophanghaak voor landvasten. Om de eenheid in de jachthaven te bewaren zijn alleen een aantal gestandaardiseerde steigertoebehoren toegestaan. Informatie over de aanschaf en de bevestiging kan worden gekregen bij de havenmeester.

Artikel 24

Het is de ligplaatshouder en/of gebruiker niet toegestaan in de jachthaven

onderhoudswerkzaamheden en/of reparaties te (doen) verrichten zodanig dat hinder wordt veroorzaakt en/of dat schade wordt toegebracht aan zaken van anderen en/of gevaarzetting van enigerlei aard zou kunnen ontstaan.

Artikel 25

Zeilvaartuigen voorzien van mechanische voortstuwing dienen deze te gebruiken bij het in- en uitvaren van de jachthaven. Gebruik van de motor anders dan voor het in- en uitvaren van de jachthaven (bijvoorbeeld voor ‘stroomdraaien’), is verboden.

Artikel 26

Vaartuigen voorzien van mechanische voortstuwing door middel van brandbare stoffen evenals vaartuigen waar brandbare stoffen voor andere doelen aanwezig zijn moeten in voldoende mate voorzien zijn van deugdelijke blusmiddelen.

Artikel 27

Voor het gebruik van elektriciteit zijn aansluitingen (zgn. CEEform stopcontacten) op de steigers aanwezig. Per ligplaats is het benutten van slechts één aansluiting toegestaan. Gebruik van een dergelijke aansluiting is slechts toegestaan mits de volledige voorziening van het vaartuig daartoe voldoet aan de wettelijke en de gebruikelijke eisen ten aanzien van veiligheid. De verbinding tussen de aansluiting op de steiger en het schip moet uit één stuk bestaan (geen verloopstekkers of verlengsnoeren).

Artikel 28

Het is niet toegestaan de elektrische aansluitingen op het haventerrein en de steigers: a. te gebruiken bij een langere afwezigheid dan 24 uur en/of

  1. te belasten met een elektrisch vermogen groter dan 3000 Watt.

De havenmeester heeft de opdracht van het bestuur om bij constatering van overtreding van een deze regels de elektrische aansluiting van de betreffende ligplaats per direct volledig af te sluiten.

Artikel 29

De aan boord gebruikte gasflessen en -installaties moeten voldoen aan de wettelijke eisen. Verder gelden de volgende bepalingen:

  1. Flessen zonder de hiervoor genoemde goedkeuring of flessen waarvan keuring volgens de ingeponste datum meer dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden, mogen niet in het vaartuig aanwezig zijn.
  2. De toegepaste appendages, waaronder gerekend moet worden: afsluiters, drukregelaars, slangen etc., moeten van een goedgekeurd type zijn en niet ouder dan de aangebrachte vervaldatum.
  3. Het zelf vullen van gasflessen in de jachthaven is verboden.
  4. In vaartuigen aanwezige gasflessen dienen in een op de buitenlucht geventileerde bergplaats te worden bewaard; de ventilatieopeningen dienen zodanig gesitueerd te zijn dat vrijkomend gas zich niet in de bergplaats kan ophopen of met open vuur of vonken in contact kan komen.
  5. De aanwezigheid van LPG is niet toegestaan, tenzij een geldig keuringsbewijs overgelegd kan worden waaruit blijkt dat de installatie geschikt is voor het gebruik van LPG.

Artikel 30

De verenigingswimpel wordt hetzij in top van de (grote) mast, hetzij onder de bakboordzaling c.q. in het bakboordwant gevoerd. Het is wenselijk dat vaartuigen met een vaste ligplaats in de jachthaven van WSV Den Osse op goed zichtbare en duidelijke wijze scheepsnaam en thuishaven voeren. 

Artikel 31

Het uitoefenen van commerciële activiteiten in de jachthaven is in beginsel niet toegestaan, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van het bestuur.

Artikel 32

Het is in de jachthaven niet toegestaan:

  1. het talud als trailerhelling te gebruiken.
  2. zich te ontdoen van olie, vuilnis, afval, bilgewater, inhoud van chemische toiletten, etenswaren, gebruikte verpakkingen en verder alles wat het milieu kan verontreinigen, behoudens op/in de daartoe uitdrukkelijk bestemde plaatsen (containers, e.d.).
  3. handelingen te verrichten die het milieu en/of de jachthaven kunnen schaden of verontreinigen. d. boordtoiletten te lozen.
  4. huisdieren los te laten lopen [3] en/of mee te nemen in verenigingsgebouwen en op het jollenveld/strandje.
  5. drinkwater te verspillen.
  6. hinderlijk lawaai te veroorzaken o.a. door b.v. klapperende vallen of rolrevers of anderszins.

[4]

, steppen, skaten etc

  1. op de steigers te fietsen. met [5] uitsluitinguitzondering – indien noodzakelijk – van de havenmeester gedurende het uitoefenen van zijn/haar functie. i. de steigers geheel of gedeeltelijk te blokkeren.

j.

[6]

 te zwemmen.

  1. goederen onbeheerd te laten liggen behoudens op de daartoe bestemde plaatsen.
  2. sneller dan 5 kilometer per uur te varen.
  3. hinderlijk rond te varen met bij-/volgboten voorzien van een buitenboordmotor.
  4. generatoren voor de opwekking van elektriciteit te gebruiken.
  5. op het jollenveld meer dan één boot per plek te leggen (stapelen is niet toegestaan).

 

Artikel 33

In de jachthaven gelden stilte-uren van 23.00 uur tot 07.00 uur. Gedurende deze periode is het eenieder verboden lawaai dan wel andere vormen van geluidshinder te veroorzaken.

 

Artikel 34

Trailers mogen uitsluitend op het haventerrein aanwezig zijn voor de directe aan- of afvoer van vaartuigen. Parkeren van trailers op het haventerrein is niet toegestaan, behoudens op daarvoor  aangewezen plekken.

Surfplanken, kano’s, e.d. dienen op de daartoe bestemde plaatsen opgeslagen te worden. Het parkeerterrein is uitsluitend bestemd voor het parkeren van voertuigen en niet voor overnachtingen beschikbaar.

Artikel 35

Auto’s dienen te worden geparkeerd in de daarvoor aangegeven vakken. Bij parkeren gedurende afwezigheid van het vaartuig van een lid gedurende een week of meer dient dit te gebeuren op de grote parkeerplaats.

Artikel 36

De havenmeester is gerechtigd alle goederen die zich ten onrechte in de jachthaven bevinden te (doen) verwijderen waarbij de kosten op de eigenaar of anderszins rechthebbende verhaald zullen worden, eventueel vermeerderd met gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten evenals wettelijke rente ten gevolge van het niet of niet tijdig voldoen van de ontstane vordering.

Artikel 37

In omstandigheden waarbij schade aan steigers, vaartuigen, gebouwen, installaties, voertuigen of andere zaken dreigt te worden veroorzaakt door de toestand of hoedanigheid van een in de jachthaven aanwezig vaartuig, voertuig en/of toebehoren en de eigenaar of anderszins rechthebbende niet aanwezig is c.q. kan zijn teneinde schade aan de eerdergenoemde zaken te kunnen voorkomen of beperken, kan de havenmeester maatregelen nemen om genoemde (dreigende) schade te voorkomen of te beperken.

Alle kosten zullen ten laste van de eigenaar of anderszins rechthebbende van het betreffende vaartuig, voertuig en/of toebehoren komen.

HOOFDSTUK IV – SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 38

De havenmeester is de eerstverantwoordelijke voor de dagelijkse gang van zaken in de jachthaven; het bestuur is de eindverantwoordelijke.

Artikel 39

Eenieder in de jachthaven is gehouden aanwijzingen van de havenmeester op te volgen.

Artikel 40

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bestuur. 

Artikel 41

  1. Iedere eigenaar of rechthebbende van een vaartuig, voertuig en/of toebehoren dat zich in de jachthaven bevindt is gehouden ten minste voor wettelijke aansprakelijkheid verzekerd te zijn terzake van door zijn toedoen en/of door zijn vaartuig, voertuig en/of toebehoren ontstane schade. 2. Iedere eigenaar of rechthebbende verblijft met zijn vaartuig, voertuig en/of toebehoren volledig voor eigen risico in de jachthaven van WSV Den Osse. Leden, ereleden, aspirant-leden, gezinsleden [7] (inclusief daaraan gelijk gestelde mede-eigenaren), jeugdleden, begunstigers, passanten en bezoekers gebruiken volledig voor eigen risico (de voorzieningen in) de jachthaven van WSV Den Osse en de materialen van WSV Den Osse, en nemen volledig voor eigen risico deel aan de activiteiten van de vereniging. WSV Den Osse is, behoudens opzet of grove schuld, niet aansprakelijk voor eventueel ontstane schade.

Artikel 42

Bij niet-naleving van bepalingen in vigerende wet- en regelgeving, statuten en/of dit reglement kan het gestelde in de statuten betreffende schorsing van en ontzetting uit het lidmaatschap toegepast worden.

De statuten en de reglementen staan op de website van WSV Den Osse. Leden, ereleden, aspirantleden, gezinsleden, jeugdleden, [8] mede-eigenaren, begunstigers, passanten en bezoekers worden geacht de inhoud van de statuten en de reglementen te kennen.